‘Ik had nog nooit een naaimachine aangeraakt’ Filippo in Het Financiële Dagblad

In De Vonk vertelt wekelijks iemand over een beslissend moment in zijn of haar loopbaan. Deze week: Filippo van Hellenberg Hubar (37) die een airbag ontwikkelde om heupfracturen te voorkomen.

Honderden keren zijn Filippo van Hellenberg Hubar en Mendes Hogestyn met opzet op een van hun heupen gevallen om hun airbag in ontwikkeling te testen of te presenteren. ‘Letterlijk met vallen en opstaan dus zijn we gekomen tot het product dat de Wolk heupairbag nu is’, vertelt Hubar. ‘Helemaal beurs waren we dan. En soms zo geblesseerd dat we niet eens meer konden lopen.’.

De ontwikkeling van een medisch-technisch apparaat duurt minstens vijf jaar, had een kennis gezegd. ‘Optimistisch als wij waren, dachten Mendes en ik dat we dat wel sneller zouden kunnen. Dat leek ook te lukken, maar die kennis kreeg toch gelijk.’

Filippo van Hellenberg Hubar

Letterlijk met vallen en opstaan ontwikkelde Filippo van Helleberg Hubar de heupairbag.

Het begon eind 2013 toen Hubar op een borrel een praatje maakte met de oom van een vriend. Die oom, Hans Schröder, vertelde dat zijn moeder vaak viel en dat hij daarom voor haar als sinterklaassurprise een airbag had gemaakt die ze zelf moest opblazen om daarmee haar val te verzachten.

‘Jij bent ingenieur, kun je niet een echte airbag maken?’ daagt Schröder hem uit. Hubar, opgeleid aan de Delftse faculteit lucht- en ruimtevaart, heeft er dan net een sabbatical van een jaar opzitten, waarin hij al kitesurfend met zeven andere waaghalzen voor een documentaire de oceaan is overgestoken.

‘Daarvoor had ik als strategieconsultant voor BCG in diverse bedrijfstakken projecten gedaan. Ook in de zorg. Ik weet nog goed dat ik toen dacht: die sector is zo complex, daarin zou ikzelf nooit iets willen beginnen. En nu zitten we er toch midden in.’

Als hij leest dat jaarlijks 25.000 ouderen in Nederland een heup breken door een val, snapt Hubar dat dit een groot probleem is. En omdat er al airbags bestaan voor fietsers, ruiters en skiërs, weet hij dat het technisch mogelijk moet zijn iets dergelijks te ontwikkelen ter bescherming van de heup.

‘Het gaat om ouderen met bijvoorbeeld osteoporose en evenwichtsstoornissen of zichtproblemen, die angst hebben om te vallen. Met het voorkomen van een heupfractuur bespaar je niet alleen veel persoonlijke ellende, maar ook circa € 40.000 voor een operatie en revalidatie. Bovendien wordt geen beslag gelegd op zo’n 200 uren van het zorgpersoneel, waar toch al een tekort aan is.’

Zijn studievriend Hogestyn is meteen enthousiast als Hubar zijn bevindingen met hem deelt. Evenals Schröder. Met z’n driën richten ze Wolk op. ‘Met ons eigen geld, wat seedcapital en een zogeheten vroege fasefinanciering van de overheid zijn we aan de slag gegaan, in samenwerking met een paar gespecialiseerde onderzoeksafdelingen van de TU Delft.

Een daarvan is de vakgroep robotica, die het algoritme ontwikkelt, op basis van bewegingen die sensoren in de gordel waarnemen. ‘De sensoren meten de bewegingen van de gebruiker vijfhonderd keer per seconde. Afhankelijk van het soort bewegingen weet het algoritme of iemand gaat vallen. En hoe, want als iemand neerploft op een bank of voorover tuimelt, mag de airbag juist niet opgeblazen worden. Anders moet er weer een nieuwe drukcapsule in en die zijn kostbaar.’

Nadat ze het gewicht van de eerste prototypes hebben teruggebracht van drie kilo naar 400 gram, hebben ze een goed werkende gordel, waarvan Wolk in 2017 honderd stuks tegen kostprijs levert aan een aantal zorginstellingen. Maar tot teleurstelling van Hubar blijkt dat niemand ze gebruikt, omdat ze over de kleding heen moeten worden gedragen. ‘Mensen wilden niet met een heupairbag worden gezien!’

‘Ik had nog nooit een naaimachine aangeraakt, maar heb toen die van mijn moeder geleend en ben net zolang met materiaal en pasvormen gaan experimenteren tot er een platte riem met kleinere kussens en een kleiner gaspatroon uitkwam die onzichtbaar onder de kleding verdween.’

Dit artikel is geschreven door Jacqueline Bosboom en is op 19 september 2020 verschenen in Het Financiele Dagblad.